Elke rapé begint hetzelfde

De basis van rapé is altijd mapacho, ofwel Nicotiana rustica. Dat is geen sigarettentabak. Mapacho bevat een veelvoud aan nicotine ten opzichte van gewone tabak, en de plant groeit al duizenden jaren in het Amazonegebied. De maker droogt de bladeren, verbrandt ze samen met boomschors tot een fijne as, en maalt het geheel tot poeder. Tot zover is elke rapé hetzelfde.

Het verschil zit in de tweede plant die erbij gaat. En die verandert eigenlijk alles.

Wij verkopen bij Avalon tien verschillende blends, elk met een eigen karakter. Sommige zijn zacht en warm, andere scherp en direct. Hieronder leggen we uit wat elke blend anders maakt, zodat je niet blind hoeft te kiezen.

Begin hier: bobinsana

Bobinsana (Calliandra angustifolia) is een struik die langs rivieroevers in het Amazonegebied groeit. De Shipibo-Konibo noemen hem semein en gebruiken de bast al generaties lang in hun plantdieta's. Het is vaak de eerste plant die wordt aangeboden, juist omdat hij mild is.

In rapévorm merk je dat. Bobinsana geeft een warmere, rondere ervaring dan de scherpere blends hieronder. De nicotine van de mapacho is er nog steeds, maar de bobinsana-as tempert de scherpte.

Als je nog nooit rapé hebt gebruikt, is bobinsana gewoon de beste keuze. Punt.

Dat zeggen we niet omdat het onze bestverkochte blend is. We zeggen het omdat je bij je eerste keer wilt weten hoe mapacho voelt zonder dat een tweede plant daar te veel overheen legt. Bobinsana laat de de mapacho spreken en voegt warmte toe. Meer niet, en dat is precies genoeg.

Scherper en droger: tsunu

De Tsunu-blend komt van de Yawanawa, een volk uit de deelstaat Acre in het westen van Brazilië. De as in deze rapé is afkomstig van de tsunu-boom en geeft een minerale, droge scherpte die je direct voelt.

De Yawanawa staan erom bekend dat ze hun recepten voor zich houden. Wat we weten is dat de verhouding tabak, as en plantmateriaal bij hen anders ligt dan bij bijvoorbeeld de Nukini of Katukina. Het resultaat is een rapé die intenser binnenkomt dan bobinsana.

Is dat beter? Nee, het is anders. Ervaren gebruikers kiezen tsunu juist omdát het scherp is. De prikkel achter je ogen is feller, de focus komt sneller. Maar als je dat niet verwacht, schrikt het af. Dus begin niet hier.

Caapi en de verbinding met ayahuasca

Banisteriopsis caapi is de liaan waar ayahuasca van wordt gemaakt. In de Caapi-blend zit gemalen bast van diezelfde plant, vermengd met de mapacho-basis.

Even voor de duidelijkheid: dit is geen ayahuasca in poedervorm. De hoeveelheid caapi in een snuifje rapé is minimaal, en de werkzame stoffen in de liaan hebben een andere toedieningsweg nodig om psychoactief te zijn. Wat je wél merkt is een warmer, meer naar binnen gericht gevoel. Rustiger dan bobinsana, trager ook.

In ceremoniële contexten wordt caapi-rapé traditioneel gebruikt als voorbereiding of afsluiting. Wij merken dat klanten die al ervaring hebben met plantceremonies naar deze blend grijpen. Logisch, want het is eigenlijk de meest rituele van het hele assortiment.

Kanna: de Zuid-Afrikaan

Kanna (Sceletium tortuosum) is de vreemde eend in de bijt. Het is geen Amazone-plant maar een vetplant uit Zuid-Afrika, traditioneel gebruikt door de Khoikhoi en San. In rapé geeft kanna een subtiele stemmingsverhoging die je pas na een minuut of twee opmerkt.

De werkzame stof heet mesembrine, een serotonine-heropnameremmer. Vergelijkbaar mechanisme als sommige antidepressiva, maar veel zwakker. Er is weinig klinisch onderzoek naar wat er gebeurt als je kanna combineert met de nicotine uit mapacho. Wij verkopen de blend, maar we doen geen beloftes over het effect. Eerlijk is eerlijk.

Cetico, macambo, matico, guarumo, guyausa

Dan zijn er nog vijf blends die minder bekend zijn maar niet minder interessant. We lopen ze even langs.

Cetico wild mint is de enige blend met een verfrissende noot. Gemaakt door de Nukini, met wilde munt erin verwerkt. Als je van eucalyptus of pepermunt houdt: dit is de rapé die daar het dichtst bij komt.

Macambo passiebloem komt van de Kanamari. Passiebloem wordt traditioneel geassocieerd met ontspanning, en in deze blend is dat merkbaar als een zachte ondertoon na de initiële nicotineprik. Matico, ofwel Piper aduncum, is een pepersoort uit de Andes met een pittige bijsmaak. Guarumo bevat bladeren van de Cecropia-boom, een veelgebruikte plant in de inheemse geneeskunde. En guyausa? Die bevat guayusa, een lid van de hulstfamilie dat cafeïne bevat. Subtieler dan koffie, maar je merkt het.

Al deze vijf zijn subtieler dan de grote drie. Wie alle tien wil proberen begint bij bobinsana, tsunu en caapi, en werkt dan hierheen.

Welke pijp: kuripe of tepi

Rapé snuif je niet op de maner zoals je tabakssnuif zou gebruiken. Je blaast het poeder je neus in via een pijpje. Daar zijn twee soorten van.

Een kuripe is een V-vormig pijpje waarmee je het zelf doet. Het ene uiteinde gaat in je neusgat, het andere in je mond, en dan blaas je kort en stevig. Een tepi is een lang, recht pijpje waarmee iemand anders de rapé in jouw neus blaast. In de Amazone-traditie is de tepi de ceremoniële variant, waarbij een sjamaan of ervaren deelnemer de rapé toedient.

Thuis is een kuripe gewoon praktischer. Begin met bamboe, want die kosten het minst en functioneren precies hetzelfde als de duurdere houten of koperen varianten.

Hoe gebruik je het

Schep een erwt-grote hoeveelheid rapé op het brede uiteinde van je kuripe. Verdeel het in twee gelijke porties, één voor elk neusgat. Adem rustig uit, zet het pijpje in je neusgat, en blaas kort en stevig door de mond. Niet zuigen. Adem daarna door je mond.

Wat je voelt: warmte achter je ogen, een branderig gevoel in je neus, en waarschijnlijk tranen. Dat trekt na een paar minuten weg. Sommige mensen worden even licht in het hoofd.

Nicotiana rustica is écht sterk. Gebruik rapé niet als je hartproblemen hebt of bloeddrukmedicatie slikt zonder dat je arts ervan weet. En begin altijd met een kleine dosis als je niet weet hoe je reageert!